K

In 2001 stopte ik met roken.
Het werd me te vernederend om overal naar een rookplekje te zoeken.
Ik kon vervolgens tien maanden niet schrijven en elke keer als ik het probeerde stond er na enige tijd een leeg asbakje naast de computer.
Dat had ik er onbewust weer neergezet als onderdeel van het schrijfritueel. Maar na die tien maanden lukte het schrijven weer wat beter, al zal ik natuurlijk nooit meer mijn oude niveau halen.
Ik mis roken nu alleen nog in gezelschap.
Al die kwekkende mensen, daar heb ik me nooit zo bij thuis gevoeld.
Als je dan een sigaretje kon opsteken of uitvoerig een shagje kon rollen, dan kon je je even onttrekken aan de conversatie en werd je vanzelf teruggeworpen in de kring van luisteraars.
Dat vond ik prettiger.
Nu kan dat ontwijkgedrag niet meer, ik moet meedoen.
En ik merk dat ik zonder de controlerende werking van nicotine ga kakelen. Ik klets maar raak net zoals al die andere niet-rokers.
En er is nog iets.
Kennis die je opdoet is vaak gekoppeld aan de fysieke conditie die je tijdens het leerproces had.
Als ik veel gedronken heb weet ik weer precies hoe tijdschriften in warme offset gedrukt worden, omdat me dat uitgelegd is tijdens een lange avond in het cafe.
Bij roken is dat nog veel erger. Bijna 90% van wat ik weet is me geworden terwijl ik stevig aan een sigaretje pafte.
Dat ben ik nu allemaal kwijt.
Mijn geheugen is een gesloten schatkamer geworden.
Misschien zou ik die deur kunnen openen met een nicotinepleister op.
Maar ik heb een ander plan.
Elk mens heeft een redelijke kans op kanker en met mijn rookverleden is die kans vrij behoorlijk. En wat mag je met volle teugen doen als je toch al kanker hebt? Precies.
Roken! Mijn laatste maanden zal ik paffend thuis doorbrengen en eindelijk weer kunnen beschikken over al mijn geestelijke vermogens. Ik kijk er nu al naar uit.