Hoedje

‘Ik schrok me een hoedje,’ zei mijn gade.
‘Laat zien,’ vroeg ik.
Ze liep de gang in waar onze kapstok hangt en kwam triomfantelijk terug met een hoedje.
Meer een mutsje eigenlijk, dameshoeden zijn al 50 jaar uit de mode.
Maar toch, ze had zich een hoofddeksel geschrokken, hield ze vol.
Ik geloofde er natuurlijk niets van.
Hoe vaak ben ik niet zelf geschrokken?
Zonder resultaat?
De ergste keer was een jaar of twintig geleden toen ik op een avond naar huis fietste, een kruispunt passeerde en ineens een auto op me af zag komen die een bocht naar links nam en mij kennelijk niet had gezien.
Toegegeven, mijn voorlamp was stuk.
Met een paar harde pedaalslagen kon ik nog net voorkomen dat hij me aanreed.
Mijn hart klopte in mijn keel.
Was me dát schrikken.
Maar hoe ik ook om me heen keek, geen hoedje te bekennen. Zelfs een petje kon er niet af.
Sindsdien weet ik zeker dat deze uitdrukking nergens op slaat.
Niemand schrikt zich een hoedje.
Etymologisch onderzoek leverde niets op over de herkomst van deze vreemde uitdrukking.
Vermoedelijk heeft een grappenmaker het een keer bedacht en er succes mee gescoord.
Ik gok op Toon Hermans.
Die had een goochelaarsact waarin het zou passen.