Tandvlees

‘Op je tandvlees lopen’ is naar mijn innige overtuiging geen eenvoudige bezigheid. Ik vermoed dat de mens het in een vroege fase van de evolutie wel eens heeft geprobeerd, maar dat het wegens gebrek aan succes niet is gecontinueerd. De stapjes die die vroege mens via het tandvlees maakte waren vermoedelijk te klein en dus ging men armen en benen ontwikkelen. Waarbij uiteindelijk de benen het wonnen als het ging om de functie van het voortbewegen.
De uitdrukking ‘op je tandvlees lopen’ is intussen wel gebleven en zal dus al gauw enkele miljoenen jaren oud zijn. Je zou dan verwachten dat het de betekenis heeft van ‘iets onhandigs doen’ of ‘iets onmogelijks volvoeren’. Maar nee hoor, het betekent dat je uiterst vermoeid bent. Dat bewijst maar weer eens welke kromme wegen de ontwikkeling van een taal bewandelt.
Zo’n uitdrukking die niet de betekenis heeft die je zou verwachten, wordt natuurlijk ook makkelijk verbasterd of gecombineerd met een andere uitdrukking. Vooral sporters zijn daar in hun commentaren kort na de wedstrijd heel bedreven in.
Wat dacht u van deze varianten:
‘In de pauze van de wedstrijd zaten we echt op ons tandvlees.’
‘Goed, we verloren. Maar daar krijg je eelt van op je tandvlees.’
‘We hebben het achterste van ons tandvlees laten zien. Maar het mocht niet baten.’
‘Onze tegenstanders hadden haar op hun tandvlees, ze waren te sterk voor ons.’
‘We moesten stevig op ons tandvlees bijten.’
Zelf denk ik dat ik deze nieuwe variant een keer ga lanceren:
‘Hij liep weer eens met andermans tandvlees te pronken.’
Wie weet haal ik er ooit de Van Dale mee.